Máxima strooit gloeiende centen.
Hans Vogel
In alle Nederlandse studentensteden wordt hetzelfde verhaal verteld: van mijnheer student die op barre winterdagen een koetsje huurde. Zijn knecht zat naast hem en maakte centen gloeiend heet met behulp van een kaars. Die gloeiende centen werden dan uit het raam geworpen naar arme sloebers die zich met zijn allen op de geldstukken wierpen. Maar omdat de centen warm waren, vroren ze ogenblikkelijk vast in de ijslaag die de straat bedekte. Wat was het dan een aardig schouwspel om te zien hoe de in lompen gehulde stumpers wanhopig hun nagels kapot maakten om een cent te kunnen bemachtigen. Op die manier beleefde mijnheer student ook tijdens grauwe winterdagen menig vrolijk uurtje, met centen die eigenlijk van zijn vader waren, want werken deed hij natuurlijk niet.

